Afbeelding

Het Dorp

Borne

Het oude station van Borne. Welk hoog bezoek door dit ontvangstcomité (Oranjevereniging?) wanneer werd verwelkomd, weet ik niet. Wel weet ik wie de tweede hoge hoed van links is: dat is mijn opa, meester F.H. Mather, hoofd van de plaatselijke School met de Bijbel.

 

De dorpsjeugd klit wat bij elkaar 
in minirok en beatle-haar 
en joelt wat mee met beat-muziek. 
Ik weet wel, het is hun goeie recht, 
de nieuwe tijd, net wat u zegt, 
maar het maakt me wat melancholiek. 
Ik heb hun vaders nog gekend 
ze kochten zoethout voor een cent 
ik zag hun moeders touwtjespringen. 
Dat dorp van toen, het is voorbij, 
dit is al wat er bleef voor mij: 
een ansicht en herinneringen

Dat dorp van toen is in mijn geval dus niet het Brabantse Deurne waarover het liedje van Wim Sonneveld gaat, maar het Twentse Borne waar ik in de jaren vijftig opgroeide.

’t Is waar: zelf hoorde ik toentertijd natuurlijk ook bij de ‘in minirok en beatlehaar’ de nieuwe tijd omarmende dorpsjeugd, en niet bij degenen die de teloorgang van de oude dorpscultuur nostalgisch betreurden 1)

Maar de wereld verandert snel, door digitalisering en robotisering nu zelfs sneller dan ooit. En vroeg of laat komt het moment dat je eigen levensgevoel niet meer meedeint op de golfslag van de tijd, dat je eigen kleine levensgeschiedenis met de Grote Geschiedenis niet langer in de pas loopt, kortom dat je je niet meer zo thuisvoelt in een wereld die maar doordendert en die niet langer de jouwe is.

Dat levensgevoel is, ik geef het maar toe, mij inmiddels niet meer geheel vreemd. En daarom zing ik nu uit volle borst Het Dorp van Wim Sonneveld 🙂

 

  1. Over die teloorgang van de dorpscultuur in Nederland heeft Geert Mak een mooi boek geschreven: Mak, G., Hoe God verdween uit Jorwerd, Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 1996
Advertenties
Afbeelding

Silent spring?

 

In mijn achtertuintje vliegen de kool- en pimpelmezen af en aan. Vink en groenling laten zich regelmatig zien en inmiddels is ook mijn Scandinavische roodborst weer terug, die zijn winterabonnement op mijn tuintje ieder jaar verlengt.

(Ik houd mijzelf graag voor de gek 😉 )

Alleen de lijsterbessen waaraan de merels zich in voorgaande jaren altijd tegoed deden, hangen nu te verpieteren aan de boom. En, o veeg teken!, een maand of wat geleden kwam kater Bram, die anders nooit een vogel vangt, op vier achtereenvolgende dagen met een zieltogende merel thuis.

Nu is er in mijn tuintje geen merel meer te bekennen. Het Usutu-virus dat merelpopulaties genadeloos uitdunt, heeft kennelijk ook bij ons hard toegeslagen.

Al tientallen jaren word ik elke lenteochtend wakker met melodieuze merelzang. Volgend jaar hopelijk geen silent spring

Merelzang:

 

lijsterbessentijd